roemruchtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- beroemd vaak in de niet al te gunstige zin van het woord
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roemruchtige | verbogen, stellende trap |
| roemruchtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| roemruchtigere | verbogen, vergrotende trap |
| roemruchtigers | partitief, vergrotende trap |
| roemruchtigs | partitief, stellende trap |
| roemruchtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| roemruchtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van roem met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van roemruchtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roemruchtige | verbogen vorm | roemruchtig |
| roemruchtiger | vergrotende trap | roemruchtig |
| roemruchtigere | verbogen vergrotende trap | roemruchtig |
| roemruchtigers | partitieve vergrotende trap | roemruchtig |
| roemruchtigs | partitive, positive | roemruchtig |
| roemruchtigst | uninflected, superlative | roemruchtig |
| roemruchtigste | inflected, superlative | roemruchtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roemruchtig zijn vastgelegd.