rijklaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geschikt gemaakt om op of in te rijden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijklaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| rijklaardere | verbogen, vergrotende trap |
| rijklaarders | partitief, vergrotende trap |
| rijklaars | partitief, stellende trap |
| rijklaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| rijklaarste | verbogen, overtreffende trap |
| rijklare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van rijden ww en klaar bn
Woordfamilie van rijklaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijklaarder | vergrotende trap | rijklaar |
| rijklaardere | verbogen vergrotende trap | rijklaar |
| rijklaarders | partitieve vergrotende trap | rijklaar |
| rijklaars | partitive, positive | rijklaar |
| rijklaarst | uninflected, superlative | rijklaar |
| rijklaarste | inflected, superlative | rijklaar |
| rijklare | verbogen vorm | rijklaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijklaar zijn vastgelegd.