rijkelijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˈrɛikələkBetekenis
- overvloedig, niet nauw rekenend
Hoe spreek je rijkelijk uit?
/ˈrɛikələk/
Rijkelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijkelijke | verbogen, stellende trap |
| rijkelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| rijkelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| rijkelijkers | partitief, vergrotende trap |
| rijkelijks | partitief, stellende trap |
| rijkelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| rijkelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van rijk met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van rijkelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijkelijke | verbogen vorm | rijkelijk |
| rijkelijker | vergrotende trap | rijkelijk |
| rijkelijkere | verbogen vergrotende trap | rijkelijk |
| rijkelijkers | partitieve vergrotende trap | rijkelijk |
| rijkelijks | partitive, positive | rijkelijk |
| rijkelijkst | uninflected, superlative | rijkelijk |
| rijkelijkste | inflected, superlative | rijkelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijkelijk zijn vastgelegd.