retorisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van of als van de retorica
- bombastisch
- voorspelbaar en vanzelfsprekend
bijvoeglijk naamwoord
- van of als van de redekunst
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| retorische | verbogen, stellende trap |
| retorischer | onverbogen, vergrotende trap |
| retorischere | verbogen, vergrotende trap |
| retorischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van retoriek met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van retorisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| retorische | verbogen vorm | retorisch |
| retorischer | vergrotende trap | retorisch |
| retorischere | verbogen vergrotende trap | retorisch |
| retorischers | partitieve vergrotende trap | retorisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van retorisch zijn vastgelegd.