rechtshandig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat hij met zijn rechterhand beter kan schrijven dan met zijn linkerhand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechtshandige | verbogen, stellende trap |
| rechtshandiger | onverbogen, vergrotende trap |
| rechtshandigere | verbogen, vergrotende trap |
| rechtshandigers | partitief, vergrotende trap |
| rechtshandigs | partitief, stellende trap |
| rechtshandigst | onverbogen, overtreffende trap |
| rechtshandigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van rechts en hand met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van rechtshandig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtshandige | verbogen vorm | rechtshandig |
| rechtshandiger | vergrotende trap | rechtshandig |
| rechtshandigere | verbogen vergrotende trap | rechtshandig |
| rechtshandigers | partitieve vergrotende trap | rechtshandig |
| rechtshandigs | partitive, positive | rechtshandig |
| rechtshandigst | uninflected, superlative | rechtshandig |
| rechtshandigste | inflected, superlative | rechtshandig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtshandig zijn vastgelegd.