rafelig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een weefsel is rafelig als er draden uit losraken, het weefsel is dan beschadigd
- beschadigd, niet meer helemaal nieuw en netjes afgewerkt
- verstrooid, ver van elkaar verwijderd
- met hoge criminaliteit, sociale achterstand e.d.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rafelige | verbogen, stellende trap |
| rafeliger | onverbogen, vergrotende trap |
| rafeligere | verbogen, vergrotende trap |
| rafeligers | partitief, vergrotende trap |
| rafeligs | partitief, stellende trap |
| rafeligst | onverbogen, overtreffende trap |
| rafeligste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van rafel met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van rafelig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rafelige | verbogen vorm | rafelig |
| rafeliger | vergrotende trap | rafelig |
| rafeligere | verbogen vergrotende trap | rafelig |
| rafeligers | partitieve vergrotende trap | rafelig |
| rafeligs | partitive, positive | rafelig |
| rafeligst | uninflected, superlative | rafelig |
| rafeligste | inflected, superlative | rafelig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rafelig zijn vastgelegd.