psychosomatisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot het verband tussen geest en lichaam
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| psychosomatische | verbogen, stellende trap |
| psychosomatischer | onverbogen, vergrotende trap |
| psychosomatischere | verbogen, vergrotende trap |
| psychosomatischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘lichaam en ziel als een geheel gezien’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Woordfamilie van psychosomatisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| psychosomatische | verbogen vorm | psychosomatisch |
| psychosomatischer | vergrotende trap | psychosomatisch |
| psychosomatischere | verbogen vergrotende trap | psychosomatisch |
| psychosomatischers | partitieve vergrotende trap | psychosomatisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychosomatisch zijn vastgelegd.