psychisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geestelijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| psychische | verbogen, stellende trap |
| psychischer | onverbogen, vergrotende trap |
| psychischere | verbogen, vergrotende trap |
| psychischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘geestelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van psychisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| psychische | verbogen vorm | psychisch |
| psychischer | vergrotende trap | psychisch |
| psychischere | verbogen vergrotende trap | psychisch |
| psychischers | partitieve vergrotende trap | psychisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van psychisch zijn vastgelegd.