proterozoïcum
zelfstandig naamwoord /ˌprotəroˈzowikʏm/Betekenis
- tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden, van 2,5 miljard tot 541 miljoen jaar geleden
- gesteenten gevormd in het tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden, tussen 2,5 miljard tot 541 miljoen jaar oud
Hoe spreek je proterozoïcum uit?
/ˌprotəroˈzowikʏm/
Proterozoïcum bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| z | zon |
| w | quiz |
| i | riet |
| k | kat |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Proterozoïcum. . |
Herkomst
van Engels Proterozoic in 1888 voorgesteld door de Amerikaanse geoloog S.F. Emmons; samenstellende afleiding van Oudgrieks πρότερος (próteros) "eerder" en ζωή (zoè) "leven" met het achtervoegsel -icum dus: "tijdperk van het vroegere leven"
Woordfamilie van proterozoïcum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Proterozoïcum | neuter | proterozoïcum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proterozoïcum zijn vastgelegd.