prosodisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op de prosodie
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prosodische | verbogen, stellende trap |
| prosodischer | onverbogen, vergrotende trap |
| prosodischere | verbogen, vergrotende trap |
| prosodischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘m.b.t. de prosodie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van prosodisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prosodische | verbogen vorm | prosodisch |
| prosodischer | vergrotende trap | prosodisch |
| prosodischere | verbogen vergrotende trap | prosodisch |
| prosodischers | partitieve vergrotende trap | prosodisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prosodisch zijn vastgelegd.