profylactisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- preventief, voorbehoedend
bijvoeglijk naamwoord
- betrekking hebbend op de profylaxe
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| profylactische | verbogen, stellende trap |
| profylactischer | onverbogen, vergrotende trap |
| profylactischere | verbogen, vergrotende trap |
| profylactischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorbehoedend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Woordfamilie van profylactisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| profylactische | verbogen vorm | profylactisch |
| profylactischer | vergrotende trap | profylactisch |
| profylactischere | verbogen vergrotende trap | profylactisch |
| profylactischers | partitieve vergrotende trap | profylactisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van profylactisch zijn vastgelegd.