processueel
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op een proces (rechtsgeding)
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| processueels | partitief, stellende trap |
| processueelst | onverbogen, overtreffende trap |
| processueelste | verbogen, overtreffende trap |
| processuele | verbogen, stellende trap |
| processueler | onverbogen, vergrotende trap |
| processuelere | verbogen, vergrotende trap |
| processuelers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘m.b.t. het rechtsgeding in kwestie’ voor het eerst aangetroffen in 1871
Woordfamilie van processueel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| processueels | partitive, positive | processueel |
| processueelst | uninflected, superlative | processueel |
| processueelste | inflected, superlative | processueel |
| processuele | verbogen vorm | processueel |
| processueler | vergrotende trap | processueel |
| processuelere | verbogen vergrotende trap | processueel |
| processuelers | partitieve vergrotende trap | processueel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van processueel zijn vastgelegd.