planologisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op de planologie, het vak dat zich bezig houdt met de ruimtelijke ordening
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| planologische | verbogen, stellende trap |
| planologischer | onverbogen, vergrotende trap |
| planologischere | verbogen, vergrotende trap |
| planologischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van planologie met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van planologisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| planologische | verbogen vorm | planologisch |
| planologischer | vergrotende trap | planologisch |
| planologischere | verbogen vergrotende trap | planologisch |
| planologischers | partitieve vergrotende trap | planologisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van planologisch zijn vastgelegd.