piëtisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- richting in de Lutherse Kerk die nadruk legt op vroomheid van gemoed en op een leven dat daarmee overeenstemt
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘richting in het protestantisme’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 met het achtervoegsel -isme