pessimisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de verwachting dat gebeurtenissen ongunstig gaan uitvallen
- wijsgerige waardering van werkelijkheid en leven die deze als noodzakelijke oorzaken van ongeluk en ellende beschouwt
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘neiging alles negatief te zien’ voor het eerst aangetroffen in 1870