Pesach
eigennaam /ˈpɛsɑx/Betekenis
- feest waarbij de uittocht van de Israëlieten uit Egypte wordt gevierd, joods paasfeest, op 15-22 nisan (45×: Ex. 12:11 +, Lev. 23:5, Num. 9:2 +, Deut. 16:1 +, Joz. 5:10 +, 2 Kon. 23:21 +, Ez. 45:21 +, Ezra 6:19 +, 2 Kron. 30:18 +)
Hoe spreek je Pesach uit?
/ˈpɛsɑx/
Pesach bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
eigennaam
- viering van de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, joods paasfeest, op 15-22 nisan (45×: Ex. 12:11 +, Lev. 23:5, Num. 9:2 +, Deut. 16:1 +, Joz. 5:10 +, 2 Kon. 23:21 +, Ez. 45:21 +, Ezra 6:19 +, 2 Kron. 30:18 +)
Herkomst
van Hebreeuws פֶּסַח en (Pesach), in de betekenis van ‘joods paasfeest’ voor het eerst aangetroffen in 1637; als naam van een feest geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.L