persoonlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op of uitgevoerd door de persoon zelf
bijvoeglijk naamwoord
- betrekking hebbend op iemand specifiek
- uitgevoerd door de persoon zelf
- intiem
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| persoonlijke | verbogen, stellende trap |
| persoonlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| persoonlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| persoonlijkers | partitief, vergrotende trap |
| persoonlijks | partitief, stellende trap |
| persoonlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| persoonlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afleiding van persoon met het achtervoegsel -lijk.
Woordfamilie van persoonlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| persoonlijke | verbogen vorm | persoonlijk |
| persoonlijken | woordvorm | persoonlijk |
| persoonlijker | vergrotende trap | persoonlijk |
| persoonlijkere | verbogen vergrotende trap | persoonlijk |
| persoonlijkers | partitieve vergrotende trap | persoonlijk |
| persoonlijks | partitive, positive | persoonlijk |
| persoonlijkst | uninflected, superlative | persoonlijk |
| persoonlijkste | inflected, superlative | persoonlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van persoonlijk zijn vastgelegd.