pathetisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in staat intense gevoelens op te wekken (vol van pathos) vooral misschien t.a.v. melancholie
- hoogdravend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pathetische | verbogen, stellende trap |
| pathetischer | onverbogen, vergrotende trap |
| pathetischere | verbogen, vergrotende trap |
| pathetischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(overdreven) aandoenlijk’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Woordfamilie van pathetisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pathetische | verbogen vorm | pathetisch |
| pathetischer | vergrotende trap | pathetisch |
| pathetischere | verbogen vergrotende trap | pathetisch |
| pathetischers | partitieve vergrotende trap | pathetisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pathetisch zijn vastgelegd.