pasgetrouwd
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat deze zeer kortgeleden in het huwelijk is getreden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pasgetrouwde | verbogen, stellende trap |
| pasgetrouwds | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van pas bw en getrouwd bn
Woordfamilie van pasgetrouwd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pasgetrouwde | verbogen vorm | pasgetrouwd |
| pasgetrouwds | partitive, positive | pasgetrouwd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pasgetrouwd zijn vastgelegd.