oudbakken
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet meer nieuw, ouderwets
- met name van brood: dat je het goed kunt eten maar dat het niet meer vers is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oudbakkener | onverbogen, vergrotende trap |
| oudbakkeners | partitief, vergrotende trap |
| oudbakkens | partitief, stellende trap |
| oudbakkenst | onverbogen, overtreffende trap |
| oudbakkenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet nieuw meer’ voor het eerst aangetroffen in 1710
Woordfamilie van oudbakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oudbakkener | vergrotende trap | oudbakken |
| oudbakkeners | partitieve vergrotende trap | oudbakken |
| oudbakkens | partitive, positive | oudbakken |
| oudbakkenst | uninflected, superlative | oudbakken |
| oudbakkenste | inflected, superlative | oudbakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oudbakken zijn vastgelegd.