opschepperig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat hij van zichzelf zegt dat hij heel goed is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opschepperige | verbogen, stellende trap |
| opschepperiger | onverbogen, vergrotende trap |
| opschepperigere | verbogen, vergrotende trap |
| opschepperigers | partitief, vergrotende trap |
| opschepperigs | partitief, stellende trap |
| opschepperigst | onverbogen, overtreffende trap |
| opschepperigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opscheppen met het achtervoegsel -erig
Woordfamilie van opschepperig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opschepperige | verbogen vorm | opschepperig |
| opschepperiger | vergrotende trap | opschepperig |
| opschepperigere | verbogen vergrotende trap | opschepperig |
| opschepperigers | partitieve vergrotende trap | opschepperig |
| opschepperigs | partitive, positive | opschepperig |
| opschepperigst | uninflected, superlative | opschepperig |
| opschepperigste | inflected, superlative | opschepperig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opschepperig zijn vastgelegd.