oorzakelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de oorzaak van iets in zich sluitend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oorzakelijke | verbogen, stellende trap |
| oorzakelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| oorzakelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| oorzakelijkers | partitief, vergrotende trap |
| oorzakelijks | partitief, stellende trap |
| oorzakelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| oorzakelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van oorzaak met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van oorzakelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oorzakelijke | verbogen vorm | oorzakelijk |
| oorzakelijker | vergrotende trap | oorzakelijk |
| oorzakelijkere | verbogen vergrotende trap | oorzakelijk |
| oorzakelijkers | partitieve vergrotende trap | oorzakelijk |
| oorzakelijks | partitive, positive | oorzakelijk |
| oorzakelijkst | uninflected, superlative | oorzakelijk |
| oorzakelijkste | inflected, superlative | oorzakelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oorzakelijk zijn vastgelegd.