ooglijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- prettig om naar te kijken
bijvoeglijk naamwoord
- mooi, prettig om naar te kijken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ooglijke | verbogen, stellende trap |
| ooglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| ooglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| ooglijkers | partitief, vergrotende trap |
| ooglijks | partitief, stellende trap |
| ooglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| ooglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van oog, (stam van het werkwoord ogen) met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van ooglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ooglijke | verbogen vorm | ooglijk |
| ooglijker | vergrotende trap | ooglijk |
| ooglijkere | verbogen vergrotende trap | ooglijk |
| ooglijkers | partitieve vergrotende trap | ooglijk |
| ooglijks | partitive, positive | ooglijk |
| ooglijkst | uninflected, superlative | ooglijk |
| ooglijkste | inflected, superlative | ooglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ooglijk zijn vastgelegd.