onzedelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- immoreel, in strijd met de ethiek
- in strijd met de seksuele moraal
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onzedelijke | verbogen, stellende trap |
| onzedelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onzedelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onzedelijkers | partitief, vergrotende trap |
| onzedelijks | partitief, stellende trap |
| onzedelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onzedelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van zedelijk met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onzedelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onzedelijke | verbogen vorm | onzedelijk |
| onzedelijker | vergrotende trap | onzedelijk |
| onzedelijkere | verbogen vergrotende trap | onzedelijk |
| onzedelijkers | partitieve vergrotende trap | onzedelijk |
| onzedelijks | partitive, positive | onzedelijk |
| onzedelijkst | uninflected, superlative | onzedelijk |
| onzedelijkste | inflected, superlative | onzedelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onzedelijk zijn vastgelegd.