onwaarschijnlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een geringe kans bezittend om waar te worden of te blijken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onwaarschijnlijke | verbogen, stellende trap |
| onwaarschijnlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onwaarschijnlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onwaarschijnlijkers | partitief, vergrotende trap |
| onwaarschijnlijks | partitief, stellende trap |
| onwaarschijnlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onwaarschijnlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van waarschijnlijk met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onwaarschijnlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onwaarschijnlijke | verbogen vorm | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijker | vergrotende trap | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijkere | verbogen vergrotende trap | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijkers | partitieve vergrotende trap | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijks | partitive, positive | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijkst | uninflected, superlative | onwaarschijnlijk |
| onwaarschijnlijkste | inflected, superlative | onwaarschijnlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onwaarschijnlijk zijn vastgelegd.