onvoorwaardelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zonder uitzondering, zonder clausule, zonder beperkingen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onvoorwaardelijke | verbogen, stellende trap |
| onvoorwaardelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onvoorwaardelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onvoorwaardelijkers | partitief, vergrotende trap |
| onvoorwaardelijks | partitief, stellende trap |
| onvoorwaardelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onvoorwaardelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van voorwaarde met het voorvoegsel on- met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van onvoorwaardelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onvoorwaardelijke | verbogen vorm | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijker | vergrotende trap | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijkere | verbogen vergrotende trap | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijkers | partitieve vergrotende trap | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijks | partitive, positive | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijkst | uninflected, superlative | onvoorwaardelijk |
| onvoorwaardelijkste | inflected, superlative | onvoorwaardelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onvoorwaardelijk zijn vastgelegd.