onverzoenlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet in staat om vrede te sluiten; niet in staat om een strijd te staken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onverzoenlijke | verbogen, stellende trap |
| onverzoenlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onverzoenlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onverzoenlijkers | partitief, vergrotende trap |
| onverzoenlijks | partitief, stellende trap |
| onverzoenlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onverzoenlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
naamwoord van handeling van verzoenen met het voorvoegsel on- met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van onverzoenlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onverzoenlijke | verbogen vorm | onverzoenlijk |
| onverzoenlijker | vergrotende trap | onverzoenlijk |
| onverzoenlijkere | verbogen vergrotende trap | onverzoenlijk |
| onverzoenlijkers | partitieve vergrotende trap | onverzoenlijk |
| onverzoenlijks | partitive, positive | onverzoenlijk |
| onverzoenlijkst | uninflected, superlative | onverzoenlijk |
| onverzoenlijkste | inflected, superlative | onverzoenlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onverzoenlijk zijn vastgelegd.