onverwachts
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- plotseling, zonder erop voorbereid te zijn
- tegen de verwachting in
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onverwachtse | verbogen, stellende trap |
| onverwachtser | onverbogen, vergrotende trap |
| onverwachtsere | verbogen, vergrotende trap |
| onverwachtsers | partitief, vergrotende trap |
| onverwachtst | onverbogen, overtreffende trap |
| onverwachtste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van onverwacht
Herkomst
Afgeleid van onverwacht met het achtervoegsel -s
Woordfamilie van onverwachts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onverwachtse | verbogen vorm | onverwachts |
| onverwachtser | vergrotende trap | onverwachts |
| onverwachtsere | verbogen vergrotende trap | onverwachts |
| onverwachtsers | partitieve vergrotende trap | onverwachts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onverwachts zijn vastgelegd.