onvertogen
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- vooral in de combinatie een onvertogen woord: een ruwe ongepaste uitdrukking
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onvertogener | onverbogen, vergrotende trap |
| onvertogeners | partitief, vergrotende trap |
| onvertogens | partitief, stellende trap |
| onvertogenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onvertogenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘ongepast’ voor het eerst aangetroffen in 1695
Woordfamilie van onvertogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onvertogener | vergrotende trap | onvertogen |
| onvertogeners | partitieve vergrotende trap | onvertogen |
| onvertogens | partitive, positive | onvertogen |
| onvertogenst | uninflected, superlative | onvertogen |
| onvertogenste | inflected, superlative | onvertogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onvertogen zijn vastgelegd.