onverholen
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geen moeite nemend iets te verhelen, openlijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onverholens | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet verborgen’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van onverholen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onverholens | partitive, positive | onverholen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onverholen zijn vastgelegd.