ontoerekeningsvatbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet verantwoordelijk te stellen voor zijn daden, ontoerekenbaar
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontoerekeningsvatbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| ontoerekeningsvatbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| ontoerekeningsvatbaarders | partitief, vergrotende trap |
| ontoerekeningsvatbaars | partitief, stellende trap |
| ontoerekeningsvatbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| ontoerekeningsvatbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| ontoerekeningsvatbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘niet verantwoordelijk voor zijn daden’ voor het eerst aangetroffen in 1916
Woordfamilie van ontoerekeningsvatbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontoerekeningsvatbaarder | vergrotende trap | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbaardere | verbogen vergrotende trap | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbaarders | partitieve vergrotende trap | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbaars | partitive, positive | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbaarst | uninflected, superlative | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbaarste | inflected, superlative | ontoerekeningsvatbaar |
| ontoerekeningsvatbare | verbogen vorm | ontoerekeningsvatbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontoerekeningsvatbaar zijn vastgelegd.