ontijdig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op een verkeerde tijd, vooral als het gaat om te vroeg
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontijdige | verbogen, stellende trap |
| ontijdiger | onverbogen, vergrotende trap |
| ontijdigere | verbogen, vergrotende trap |
| ontijdigers | partitief, vergrotende trap |
| ontijdigs | partitief, stellende trap |
| ontijdigst | onverbogen, overtreffende trap |
| ontijdigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van tijdig met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van ontijdig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontijdige | verbogen vorm | ontijdig |
| ontijdiger | vergrotende trap | ontijdig |
| ontijdigere | verbogen vergrotende trap | ontijdig |
| ontijdigers | partitieve vergrotende trap | ontijdig |
| ontijdigs | partitive, positive | ontijdig |
| ontijdigst | uninflected, superlative | ontijdig |
| ontijdigste | inflected, superlative | ontijdig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontijdig zijn vastgelegd.