ontiegelijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoordBetekenis
- in zeer hoge mate aanwezig
- in zeer hoge mate
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontiegelijke | verbogen, stellende trap |
| ontiegelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| ontiegelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| ontiegelijkers | partitief, vergrotende trap |
| ontiegelijks | partitief, stellende trap |
| ontiegelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| ontiegelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: enorm, zeer veel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961
Woordfamilie van ontiegelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontiegelijke | verbogen vorm | ontiegelijk |
| ontiegelijker | vergrotende trap | ontiegelijk |
| ontiegelijkere | verbogen vergrotende trap | ontiegelijk |
| ontiegelijkers | partitieve vergrotende trap | ontiegelijk |
| ontiegelijks | partitive, positive | ontiegelijk |
| ontiegelijkst | uninflected, superlative | ontiegelijk |
| ontiegelijkste | inflected, superlative | ontiegelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontiegelijk zijn vastgelegd.