onontbeerlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- volstrekt noodzakelijk
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onontbeerlijke | verbogen, stellende trap |
| onontbeerlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onontbeerlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onontbeerlijkers | partitief, vergrotende trap |
| onontbeerlijks | partitief, stellende trap |
| onontbeerlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onontbeerlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van ontbeerlijk met het voorvoegsel on-, naamwoord van handeling van ontberen met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van onontbeerlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onontbeerlijke | verbogen vorm | onontbeerlijk |
| onontbeerlijker | vergrotende trap | onontbeerlijk |
| onontbeerlijkere | verbogen vergrotende trap | onontbeerlijk |
| onontbeerlijkers | partitieve vergrotende trap | onontbeerlijk |
| onontbeerlijks | partitive, positive | onontbeerlijk |
| onontbeerlijkst | uninflected, superlative | onontbeerlijk |
| onontbeerlijkste | inflected, superlative | onontbeerlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onontbeerlijk zijn vastgelegd.