onkerkelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet lid zijn van een kerkgenootschap
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onkerkelijke | verbogen, stellende trap |
| onkerkelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onkerkelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onkerkelijkers | partitief, vergrotende trap |
| onkerkelijks | partitief, stellende trap |
| onkerkelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onkerkelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van kerkelijk met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onkerkelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onkerkelijke | verbogen vorm | onkerkelijk |
| onkerkelijker | vergrotende trap | onkerkelijk |
| onkerkelijkere | verbogen vergrotende trap | onkerkelijk |
| onkerkelijkers | partitieve vergrotende trap | onkerkelijk |
| onkerkelijks | partitive, positive | onkerkelijk |
| onkerkelijkst | uninflected, superlative | onkerkelijk |
| onkerkelijkste | inflected, superlative | onkerkelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onkerkelijk zijn vastgelegd.