onhebbelijk
bijwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- ongemanierd
- onvriendelijk
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onhebbelijke | verbogen, stellende trap |
| onhebbelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onhebbelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onhebbelijkers | partitief, vergrotende trap |
| onhebbelijks | partitief, stellende trap |
| onhebbelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onhebbelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onvriendelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1393
Woordfamilie van onhebbelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onhebbelijke | verbogen vorm | onhebbelijk |
| onhebbelijker | vergrotende trap | onhebbelijk |
| onhebbelijkere | verbogen vergrotende trap | onhebbelijk |
| onhebbelijkers | partitieve vergrotende trap | onhebbelijk |
| onhebbelijks | partitive, positive | onhebbelijk |
| onhebbelijkst | uninflected, superlative | onhebbelijk |
| onhebbelijkste | inflected, superlative | onhebbelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onhebbelijk zijn vastgelegd.