ondoenlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet te doen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ondoenlijke | verbogen, stellende trap |
| ondoenlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| ondoenlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| ondoenlijkers | partitief, vergrotende trap |
| ondoenlijks | partitief, stellende trap |
| ondoenlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| ondoenlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van doenlijk met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van ondoenlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondoenlijke | verbogen vorm | ondoenlijk |
| ondoenlijker | vergrotende trap | ondoenlijk |
| ondoenlijkere | verbogen vergrotende trap | ondoenlijk |
| ondoenlijkers | partitieve vergrotende trap | ondoenlijk |
| ondoenlijks | partitive, positive | ondoenlijk |
| ondoenlijkst | uninflected, superlative | ondoenlijk |
| ondoenlijkste | inflected, superlative | ondoenlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondoenlijk zijn vastgelegd.