onderhorig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- onderworpen zijn aan het gezag van iets of iemand
bijvoeglijk naamwoord
- behorend tot het rechtsgebied van
- onderworpen zijn aan het gezag van iets of iemand, ondergeschikt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderhorige | verbogen, stellende trap |
| onderhoriger | onverbogen, vergrotende trap |
| onderhorigere | verbogen, vergrotende trap |
| onderhorigers | partitief, vergrotende trap |
| onderhorigs | partitief, stellende trap |
| onderhorigst | onverbogen, overtreffende trap |
| onderhorigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van onderhoren met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van onderhorig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderhoriger | vergrotende trap | onderhorig |
| onderhorigere | verbogen vergrotende trap | onderhorig |
| onderhorigers | partitieve vergrotende trap | onderhorig |
| onderhorigs | partitive, positive | onderhorig |
| onderhorigst | uninflected, superlative | onderhorig |
| onderhorigste | inflected, superlative | onderhorig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderhorig zijn vastgelegd.