onbewimpeld
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- (te)eerlijk en (te) oprecht; zonder er doekjes om te winden
bijvoeglijk naamwoord
- eerlijk en (te) oprecht; zonder er doekjes om te winden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbewimpelde | verbogen, stellende trap |
| onbewimpelds | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘openhartig’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van onbewimpeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbewimpelde | verbogen vorm | onbewimpeld |
| onbewimpelds | partitive, positive | onbewimpeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbewimpeld zijn vastgelegd.