onbevaren
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat deze niet vaart op een schip
- van een water dat er geen schepen op varen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbevarener | onverbogen, vergrotende trap |
| onbevareners | partitief, vergrotende trap |
| onbevarens | partitief, stellende trap |
| onbevarenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbevarenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van bevaren met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onbevaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbevarener | vergrotende trap | onbevaren |
| onbevareners | partitieve vergrotende trap | onbevaren |
| onbevarens | partitive, positive | onbevaren |
| onbevarenst | uninflected, superlative | onbevaren |
| onbevarenste | inflected, superlative | onbevaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbevaren zijn vastgelegd.