onbevangen
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geen vooroordeel hebbend; onpartijdig zijn
- geen schroom hebbend, vrijmoedig
- tweede betekenisomschrijving
bijvoeglijk naamwoord
- geen vooroordeel hebbend, onpartijdig zijn
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbevangener | onverbogen, vergrotende trap |
| onbevangeners | partitief, vergrotende trap |
| onbevangens | partitief, stellende trap |
| onbevangenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbevangenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vrijmoedig’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van onbevangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbevangener | vergrotende trap | onbevangen |
| onbevangeners | partitieve vergrotende trap | onbevangen |
| onbevangens | partitive, positive | onbevangen |
| onbevangenst | uninflected, superlative | onbevangen |
| onbevangenste | inflected, superlative | onbevangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbevangen zijn vastgelegd.