onbeslapen
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een slaapgelegenheid dat deze niet gebruikt is om in te slapen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbeslapener | onverbogen, vergrotende trap |
| onbeslapeners | partitief, vergrotende trap |
| onbeslapens | partitief, stellende trap |
| onbeslapenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbeslapenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van beslapen met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onbeslapen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbeslapener | vergrotende trap | onbeslapen |
| onbeslapeners | partitieve vergrotende trap | onbeslapen |
| onbeslapens | partitive, positive | onbeslapen |
| onbeslapenst | uninflected, superlative | onbeslapen |
| onbeslapenste | inflected, superlative | onbeslapen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbeslapen zijn vastgelegd.