onbeschoft
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op grove wijze de regels van hoffelijkheid en respect schendend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbeschofte | verbogen, stellende trap |
| onbeschofter | onverbogen, vergrotende trap |
| onbeschoftere | verbogen, vergrotende trap |
| onbeschofters | partitief, vergrotende trap |
| onbeschofts | partitief, stellende trap |
| onbeschoftst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbeschoftste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘lomp’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Woordfamilie van onbeschoft
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbeschofte | verbogen vorm | onbeschoft |
| onbeschofter | vergrotende trap | onbeschoft |
| onbeschoftere | verbogen vergrotende trap | onbeschoft |
| onbeschofters | partitieve vergrotende trap | onbeschoft |
| onbeschofts | partitive, positive | onbeschoft |
| onbeschoftst | uninflected, superlative | onbeschoft |
| onbeschoftste | inflected, superlative | onbeschoft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbeschoft zijn vastgelegd.