onbescheiden
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- (te) overtuigd zijn van de eigen kunde zonder dat men last heeft van een minderwaardigheidscomplex
- brutaal en nieuwsgierig
bijvoeglijk naamwoord
- overtuigd zijn van de eigen kunde zonder dat men last heeft van een minderwaardigheidscomplex
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbescheidener | onverbogen, vergrotende trap |
| onbescheideners | partitief, vergrotende trap |
| onbescheidens | partitief, stellende trap |
| onbescheidenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbescheidenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van bescheiden met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onbescheiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbescheidener | vergrotende trap | onbescheiden |
| onbescheideners | partitieve vergrotende trap | onbescheiden |
| onbescheidens | partitive, positive | onbescheiden |
| onbescheidenst | uninflected, superlative | onbescheiden |
| onbescheidenste | inflected, superlative | onbescheiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbescheiden zijn vastgelegd.