onbereden
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iets waar (nog) niet op gereden is
- niet op een paard zittend
- van een paard: zonder ruiter
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onberedener | onverbogen, vergrotende trap |
| onberedeners | partitief, vergrotende trap |
| onberedens | partitief, stellende trap |
| onberedenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onberedenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van bereden met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onbereden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onberedener | vergrotende trap | onbereden |
| onberedeners | partitieve vergrotende trap | onbereden |
| onberedens | partitive, positive | onbereden |
| onberedenst | uninflected, superlative | onbereden |
| onberedenste | inflected, superlative | onbereden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbereden zijn vastgelegd.