onbedaarlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- het niet kunnen stoppen met het uiten van een emotie (onbedaarlijk lachten, onbedaarlijk huilen)
- niet te stoppen in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbedaarlijke | verbogen, stellende trap |
| onbedaarlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| onbedaarlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| onbedaarlijkers | partitief, vergrotende trap |
| onbedaarlijks | partitief, stellende trap |
| onbedaarlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbedaarlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van bedaren met het voorvoegsel on- en met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van onbedaarlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbedaarlijke | verbogen vorm | onbedaarlijk |
| onbedaarlijker | vergrotende trap | onbedaarlijk |
| onbedaarlijkere | verbogen vergrotende trap | onbedaarlijk |
| onbedaarlijkers | partitieve vergrotende trap | onbedaarlijk |
| onbedaarlijks | partitive, positive | onbedaarlijk |
| onbedaarlijkst | uninflected, superlative | onbedaarlijk |
| onbedaarlijkste | inflected, superlative | onbedaarlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbedaarlijk zijn vastgelegd.