olijk
bijvoeglijk naamwoord ˈoləkBetekenis
- om een beetje te lachen, grappig, niet ernstig, leuk, opgewekt
- eigenlijk niet zoals het hoort, ondeugend, guitig
Hoe spreek je olijk uit?
/ˈolək/
Olijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| olijke | verbogen, stellende trap |
| olijker | onverbogen, vergrotende trap |
| olijkere | verbogen, vergrotende trap |
| olijkers | partitief, vergrotende trap |
| olijks | partitief, stellende trap |
| olijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| olijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘guitig’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Woordfamilie van olijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| olijke | verbogen vorm | olijk |
| olijker | vergrotende trap | olijk |
| olijkere | verbogen vergrotende trap | olijk |
| olijkers | partitieve vergrotende trap | olijk |
| olijks | partitive, positive | olijk |
| olijkst | uninflected, superlative | olijk |
| olijkste | inflected, superlative | olijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van olijk zijn vastgelegd.