officieus
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet-officieel, niet helemaal volgens de regels en vaak ook helemaal tegen de regels in.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| officieust | onverbogen, overtreffende trap |
| officieuste | verbogen, overtreffende trap |
| officieuze | verbogen, stellende trap |
| officieuzer | onverbogen, vergrotende trap |
| officieuzere | verbogen, vergrotende trap |
| officieuzers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘niet officieel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842
Woordfamilie van officieus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| officieust | uninflected, superlative | officieus |
| officieuste | inflected, superlative | officieus |
| officieuze | verbogen vorm | officieus |
| officieuzer | vergrotende trap | officieus |
| officieuzere | verbogen vergrotende trap | officieus |
| officieuzers | partitieve vergrotende trap | officieus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van officieus zijn vastgelegd.