nubuck
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈnʏbʏkBetekenis
- zacht rundleer dat lijkt op suède maar wat steviger is
- gemaakt nubuck
Hoe spreek je nubuck uit?
/ˈnʏbʏk/
Nubuck bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ʏ | put |
| b | bak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
uit het Engels