nominalistisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- volgens de leer van het nominalisme
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nominalistische | verbogen, stellende trap |
| nominalistischer | onverbogen, vergrotende trap |
| nominalistischere | verbogen, vergrotende trap |
| nominalistischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van nominalist met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van nominalistisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nominalistische | verbogen vorm | nominalistisch |
| nominalistischer | vergrotende trap | nominalistisch |
| nominalistischere | verbogen vergrotende trap | nominalistisch |
| nominalistischers | partitieve vergrotende trap | nominalistisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nominalistisch zijn vastgelegd.